Studies and languages

Studies and languages

Wat studeer je?

What do you study?

Ik studeer aan de universiteit van Amsterdam.

I study at the University of Amsterdam.

Ik ben momenteel Nederlands aan het leren.

I am currently learning Dutch.

De Nederlandse uitspraak is best moeilijk.

Dutch pronunciation is quite difficult.

Ik volg twee keer per week een taalcursus.

I take a language course twice a week.

Ik heb morgen een belangrijk tentamen (NL) / examen (BE).

I have an important exam tomorrow.

Ik ben vorig jaar afgestudeerd.

I graduated last year.

Zou je mijn fouten willen verbeteren?

Would you mind correcting my mistakes?

Ik wil graag oefenen met spreken.

I would like to practice speaking.

Hoe schrijf je dat precies?

How exactly do you write that?

Hebben we nog huiswerk opgekregen?

Did we get any homework?

De docent is streng maar wel goed.

The teacher is strict but good.

Ik heb een half jaar stage gelopen in Rotterdam.

I did a six-month internship in Rotterdam.

Mijn woordenschat is nog niet zo groot.

My vocabulary is not that big yet.

Taalonderdompeling is de beste manier om te leren.

Language immersion is the best way to learn.