Santé générale

Santé générale

Ik voel me niet zo lekker.

Je ne me sens pas très bien.

Ik ben erg moe.

Je suis très fatigué.

Ik moet even rusten.

J'ai besoin de me reposer un instant.

Hoe voelt u zich?

Comment vous sentez-vous ?

Gaat het wel met je?

Ça va bien (pour toi) ?

Ik denk dat ik ziek word.

Je crois que je tombe malade.

Beterschap! / Veel beterschap!

Bon rétablissement !

Ik heb weinig energie vandaag.

J'ai peu d'énergie aujourd'hui.

Zorg goed voor jezelf.

Prends bien soin de toi.

Ik voel me al een stuk beter.

Je me sens déjà beaucoup mieux.

Ik heb de hele nacht niet geslapen.

Je n'ai pas dormi de toute la nuit.

Ik voel me een beetje zwak.

Je me sens un peu faible.

U ziet er een beetje bleek uit.

Vous avez l'air un peu pâle.

Ik moet even gaan zitten.

Il faut que je m'assoie un instant.

Ik hoop dat je snel herstelt.

J'espère que tu te rétabliras vite.